ECLI:NL:RVS:2020:796
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen bestuursdwang en kostenoplegging voor onjuist aanbieden huishoudelijk afval
Het college van burgemeester en wethouders van Schiedam heeft op 27 november 2018 spoedeisende bestuursdwang toegepast door een vuilniszak te verwijderen die in strijd was met de Afvalstoffenverordening naast een inzamelvoorziening was geplaatst. De afvalzak was herleidbaar tot appellant, die daarop als overtreder werd aangemerkt en de kosten van bestuursdwang opgelegd kreeg.
Appellant voerde aan dat hij de afvalzak niet naast maar in de klep van de inzamelvoorziening had geplaatst en dat het college hem ten onrechte als overtreder had aangemerkt. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college mocht uitgaan van de herleiding van de afvalzak naar appellant als overtreder, tenzij appellant aannemelijk maakte dat hij niet de overtreder was. Zijn stelling dat een derde de afvalzak naast de container had geplaatst, was onvoldoende. Het risico van een volle container en het onjuist aanbieden van afval komt voor rekening van appellant.
Verder stelde appellant dat de kosten niet voor zijn rekening moesten komen omdat de inzamelvoorzieningen onvoldoende werden geleegd en hij als ondernemer meer reinigingsrechten betaalde. De Afdeling oordeelde dat geen bijzondere omstandigheden waren die het college verplichtten af te zien van kostenverhaal. Appellant had alternatieven om het afval correct aan te bieden. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot bestuursdwang en kostenoplegging wordt ongegrond verklaard.