ECLI:NL:RVS:2020:857
Raad van State
- Hoger beroep
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering omgevingsvergunning splitsing woning in drie appartementen in Den Haag
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag weigerde op 13 september 2017 een omgevingsvergunning voor het verbouwen van een bovenwoning aan een locatie in Den Haag tot drie zelfstandige appartementen. De bovenwoning beslaat de eerste tot en met derde verdieping van het pand, terwijl op de begane grond een parterrewoning aanwezig is. Het bestemmingsplan 'Archipelbuurt e.o.' kent de bestemming 'Wonen-1' toe aan het perceel, met een verbod op splitsing van woningen in zelfstandige wooneenheden.
Het college baseerde de weigering op het feit dat het bouwplan niet voldoet aan de planregels die het splitsen van woningen verbieden, tenzij aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan. De woning moet uit ten minste drie bouwlagen bestaan en de nieuwe appartementen moeten elk een volledige bouwlaag beslaan. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen de weigering ongegrond, omdat het bouwplan niet aan deze voorwaarden voldoet.
Appellant stelde in hoger beroep dat de rechtbank het begrip 'bouwlaag' in de planregels onjuist heeft uitgelegd door dit letterlijk te nemen in plaats van plansystematisch. Volgens appellant moet 'bouwlaag' worden uitgelegd binnen de grenzen van de woning die wordt gesplitst, niet het gehele gebouw. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verwierp dit betoog en bevestigde de uitleg van de rechtbank dat 'bouwlaag' letterlijk moet worden genomen, mede vanwege rechtszekerheid.
Appellant trok een hogerberoepsgrond in die betrekking had op de toetsing van de buitenplanse afwijkingsmogelijkheid. De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde het vonnis van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de omgevingsvergunning bevestigd.