ECLI:NL:RVS:2020:860
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen plaatsingsplan ondergrondse restafvalcontainers in Den Haag
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag stelde op 9 april 2019 een plaatsingsplan vast voor ondergrondse restafvalcontainers (oracs) in de wijk Vissershaven. In het definitieve besluit werd een locatie tegenover huisnummer 94 aangewezen in plaats van de oorspronkelijke locatie tegenover nummer 90 vanwege een uitrit.
Appellant en anderen, wonend nabij de nieuwe locatie, vreesden overlast en stelden dat de locatie ongeschikt was vanwege parkeerdruk, verkeersveiligheid, hinder door geur, geluid en trilling, en de impact op het uitzicht. Tevens wezen zij op alternatieve locaties die volgens hen geschikter waren.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college binnen zijn beleidsruimte heeft gehandeld, de locatie geschikt is geacht, en de alternatieven niet zodanig beter waren dat het college had moeten afzien van de aangewezen locatie. De bezwaren over parkeerdruk, verkeersveiligheid en hinder werden gemotiveerd weerlegd. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het plaatsingsplan voor ondergrondse restafvalcontainers is ongegrond verklaard.