ECLI:NL:RVS:2017:838
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- P.J.J. van Buuren
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen plaatsingsplan ondergrondse restafvalcontainers in Nassaubuurt Den Haag
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag stelde op 8 maart 2016 een plaatsingsplan vast voor ondergrondse restafvalcontainers (ORAC's) in de wijk Nassaubuurt. Appellanten betoogden dat de plaatsing nabij hun woningen hun woongenot aantast en dat het besluit onvoldoende gemotiveerd is, mede gelet op het EVRM.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het besluit voldoet aan de motiveringseisen van artikel 3:46 Awb Pro en dat appellanten onvoldoende hebben toegelicht waarom zij onevenredig worden geschaad. Ook werd geen aannemelijk bewijs geleverd voor waardevermindering van woningen of een onaanvaardbaar verlies van parkeerruimte.
Een voorgesteld alternatief voor de locatie werd afgewezen vanwege overschrijding van de maximale loopafstand tot de containers. De Afdeling concludeerde dat het college binnen de randvoorwaarden heeft gehandeld en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het plaatsingsplan voor ondergrondse restafvalcontainers in de Nassaubuurt is ongegrond verklaard.