ECLI:NL:RVS:2020:862
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- J.Th. Drop
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering toestemming beveiligingswerkzaamheden wegens lidmaatschap criminele motorclub
De korpschef van politie heeft op 2 augustus 2017 de door een beveiligingsbedrijf gevraagde toestemming geweigerd om appellant beveiligingswerkzaamheden te laten verrichten, omdat appellant lid is van een motorclub waarvan meerdere leden strafbare feiten hebben gepleegd. Appellant stelde dat het begrip 'verkeren in criminele kringen' onvoldoende duidelijk is en dat hij onterecht werd beoordeeld op basis van strafrechtelijke antecedenten van anderen.
De rechtbank heeft het beroep van appellant ongegrond verklaard, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft overwogen dat de korpschef terecht een strenge maatstaf hanteert en dat het lidmaatschap van een motorclub met een aanzienlijk deel veroordeelden voldoende grond is om de betrouwbaarheid van appellant in twijfel te trekken.
De Afdeling oordeelt dat het begrip 'verkeren in criminele kringen' niet hoeft aan te sluiten bij het begrip criminele organisatie uit het Wetboek van Strafrecht en dat de Dienstenrichtlijn niet van toepassing is op particuliere beveiligingsdiensten. Verder is het beroep op het gelijkheidsbeginsel verworpen omdat geen vergelijkbare gevallen zijn aangetoond.
De Afdeling concludeert dat de korpschef de strafrechtelijke antecedenten van leden van de motorclub mocht betrekken, ook als deze dateren van vóór eerdere toestemmingen. Het beroep op schending van het recht op een eerlijk proces en equality of arms faalt omdat de privacy van derden wordt beschermd en de procedure voldoende transparant is.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van toestemming bevestigd.