ECLI:NL:RVS:2020:896
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over verwerking persoonsgegevens door CAK en afwijzing schadevergoeding
De zaak betreft een hoger beroep van appellant tegen een uitspraak van de rechtbank Noord-Holland waarin het beroep tegen het CAK ongegrond werd verklaard. Appellant had bezwaar gemaakt tegen de wijze waarop het CAK zijn persoonsgegevens had verwerkt en verstrekt, met name met betrekking tot voorlopige en definitieve jaarafrekeningen over de jaren 2006 tot en met 2014.
Het CAK had in een besluit op bezwaar aanvullende gegevens verstrekt over de inkomensgegevens waarop de jaarafrekeningen zijn gebaseerd. De rechtbank oordeelde dat appellant de gevraagde gegevens had ontvangen en dat eerdere uitspraken van de Centrale Raad van Beroep over de buitenlandbijdrage niet opnieuw ter discussie konden worden gesteld.
De Raad van State bevestigt dit oordeel en overweegt dat de Afdeling bestuursrechtspraak bevoegd is om te oordelen over de verwerking van persoonsgegevens, maar niet over de rechtmatigheid van besluiten op grond van artikel 69 van Pro de Zorgverzekeringswet. Het verzoek om schadevergoeding wegens vermeende onrechtmatige besluiten wordt afgewezen omdat de beslissing op bezwaar rechtmatig is.
Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt eveneens afgewezen en er wordt geen proceskostenveroordeling uitgesproken. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter E.J. Daalder op 1 april 2020.
Uitkomst: Het hoger beroep, verzoek om schadevergoeding en voorlopige voorziening worden afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.