ECLI:NL:CRVB:2019:3241

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
2 oktober 2019
Publicatiedatum
11 oktober 2019
Zaaknummer
19/180 ZVW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:119 AwbZorgverzekeringswet
Verwijzingen
4 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek om herziening buitenlandbijdrage 2012-2013 onder Zorgverzekeringswet

Verzoeker heeft bij de Centrale Raad van Beroep verzocht om herziening van de uitspraak van 11 juli 2018 inzake de buitenlandbijdrage over de jaren 2012 en 2013 onder de Zorgverzekeringswet. Deze eerdere uitspraak bevestigde dat verzoeker over genoemde jaren een buitenlandbijdrage verschuldigd is en wees het verzoek om schadevergoeding af.

Verzoeker stelde dat nieuwe gegevens, waaronder een beslissing op bezwaar uit 2011 en uitdraaien van NiNbi- en Fibase-gegevens verkregen in november 2018, aanleiding zijn voor herziening. Tevens betwistte hij de toepassing van de Zorgverzekeringswet en zijn dubbele verzekering.

De Raad overwoog dat het middel van herziening niet bedoeld is voor een hernieuwde discussie over de zaak of de juistheid van de uitspraak. De aangevoerde gegevens waren reeds bekend bij de eerdere procedure en konden niet leiden tot een andere uitspraak. Daarom werd het verzoek om herziening afgewezen.

Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in proceskosten. De uitspraak werd gedaan door J.P.A. Boersma, in aanwezigheid van griffier M. Graveland.

Uitkomst: Het verzoek om herziening van de buitenlandbijdrage over 2012 en 2013 wordt afgewezen.

Uitspraak

19.180 ZVW, 19/181 ZVW

Datum uitspraak: 2 oktober 2019
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het verzoek om herziening van de uitspraak van de Raad van 11 juli 2018, 16/8121 ZVW en 16/8122 ZVW
Partijen:
[verzoeker] te [woonplaats] (verzoeker)

CAK

PROCESVERLOOP
Verzoeker heeft verzocht om herziening van de uitspraak van de Raad van 11 juli 2018 en nadere stukken ingezonden.
CAK heeft geen reactie op dit verzoek om herziening ingezonden.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 10 september 2019. Verzoeker is verschenen. CAK heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. J.M. Nijman.

OVERWEGINGEN

1. Ingevolge artikel 8:119, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan een onherroepelijk geworden uitspraak op verzoek van een partij worden herzien op grond van feiten en omstandigheden die:
a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,
b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en
c. waren zij bij de bestuursrechter eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.
2. Bij zijn uitspraak van 11 juli 2018 heeft de Raad geoordeeld dat het tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van 1 december 2016 (16/1574 en 16/1796) ingestelde hoger beroep niet slaagt en die uitspraak bevestigd. De Raad heeft zich in deze uitspraak beperkt tot een beoordeling van de buitenlandbijdrage over de jaren 2012 en 2013. De Raad heeft overwogen dat de rechtbank met juistheid heeft geoordeeld dat CAK zich terecht en op juiste gronden op het standpunt heeft gesteld dat appellant over 2012 en 2013 een buitenlandbijdrage verschuldigd is en dat de rechtbank op goede gronden het verzoek om schadevergoeding heeft afgewezen.
3. Verzoeker heeft naar voren gebracht dat de beslissing op bezwaar van CAK van
5 augustus 2011 waarbij is vastgesteld dat appellant over 2008 geen buitenlandbijdrage verschuldigd is en de uitdraaien van NiNbi- en Fibase-gegevens aanleiding zijn voor het herzieningsverzoek. Deze uitdraaien heeft hij in november 2018 van CAK verkregen en vermelden in de rubriek “Kiezer” de aanduiding K of NK. Ook stelt hij de Zorgverzekeringswet en zijn dubbele verzekering tegen ziektekosten ter discussie.
4.1.
Het is vaste rechtspraak van de Raad (zie onder meer de uitspraak van de Raad van 5 februari 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:319) dat het (bijzondere) rechtsmiddel van herziening niet is gegeven om een hernieuwde discussie over een zaak te voeren en evenmin om een discussie over de juistheid van de betrokken uitspraak te openen.
4.2.
De onder 3 genoemde beslissing op bezwaar en de NiNbi-beschikkingen behoorden tot de gedingstukken die hebben geleid tot de uitspraak van de Raad van 11 juli 2018. De op de uitdraaien vermelde aanduiding K of NK als indicatie voor de keuze voor het Nederlandse belastingsysteem zou niet hebben kunnen leiden tot een andere uitspraak. Wat verzoeker heeft aangevoerd zijn dan ook geen (nieuwe) feiten of omstandigheden in de zin van artikel 8:119 van Pro de Awb en de discussie over de vastgestelde buitenlandbijdragen over 2012 en 2013 is met de uitspraak van de Raad van 11 juli 2018 afgesloten.
4.3.
Uit 4.1 en 4.2 volgt dat het verzoek om herziening moet worden afgewezen.
5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep wijst het verzoek om herziening af.
Deze uitspraak is gedaan door J.P.A. Boersma, in tegenwoordigheid van M. Graveland als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 2 oktober 2019.
(getekend) J.P.A. Boersma
(getekend) M. Graveland
md