ECLI:NL:RVS:2020:912
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen weigering omgevingsvergunning voor woonlocatie woongroep kinderen
Het college van burgemeester en wethouders van Aa en Hunze weigerde op 28 maart 2018 een omgevingsvergunning aan Zorg Anders voor het gebruik van een woning als woonlocatie voor een woongroep van maximaal vijf kinderen. Zorg Anders maakte bezwaar en stelde beroep in tegen de weigering, maar zowel het college als de rechtbank verklaarden het bezwaar en beroep ongegrond. Vervolgens stelde Zorg Anders hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overwoog dat de zitting vanwege de coronamaatregelen niet kon doorgaan, maar dat de stukken voldoende inzicht boden. De voorzieningenrechter benadrukte dat het oordeel voorlopig is en niet bindend in de bodemprocedure. Daarnaast loopt een handhavingsprocedure waarbij het college Zorg Anders heeft gelast de zorgverlening te staken, met een verlenging van de begunstigingstermijn tot zes weken na de uitspraak van de Afdeling.
Zorg Anders stelde dat het staken van het gebruik ernstige gevolgen heeft en dat het niet eenvoudig is een alternatieve verblijfplaats te vinden. Zij verzocht de voorzieningenrechter om het gebruik van het perceel voorlopig toe te staan of een andere passende ordemaatregel te treffen. De voorzieningenrechter oordeelde dat het verzoek feitelijk neerkomt op het verlenen van een tijdelijke vergunning, wat het karakter van een voorlopige voorziening te boven gaat, en wees het verzoek af.
De voorzieningenrechter wees er tevens op dat Zorg Anders de lopende handhavingsprocedure kan benutten voor een verzoek tot wijziging van de voorziening. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter E.A. Minderhoud op 1 april 2020.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de weigering van de omgevingsvergunning wordt afgewezen.