ECLI:NL:RVS:2020:961
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vaststelling dwangsom wegens niet tijdig beslissen op bezwaar in inburgeringszaak
Het college van burgemeester en wethouders van Schiedam wees een verzoek van appellant om ontheffing van de inburgeringsplicht af. De rechtbank bepaalde dat het college een nieuw besluit moest nemen op de bezwaren van appellant. Nadat het college dit niet tijdig deed, stelde appellant het college in gebreke. Het college weigerde een dwangsom te betalen.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk en het beroep tegen het dwangsombesluit ongegrond. Appellant stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat de rechtbank ten onrechte het beroep tegen het dwangsombesluit ongegrond verklaarde. Het college had de beslistermijn overschreden en is daarom een dwangsom verschuldigd. De Afdeling stelde de dwangsom vast op het maximale bedrag van €1.260,00 en veroordeelde het college tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Daarnaast verwierp de Afdeling de overige bezwaren van appellant, waaronder de vordering tot schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn, omdat de totale procedureduur binnen de redelijke termijn bleef.
De uitspraak bevestigt het belang van tijdige besluitvorming door bestuursorganen en de toepassing van dwangsommen bij overschrijding van termijnen.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt het dwangsombesluit en stelt de dwangsom wegens niet tijdig beslissen op bezwaar vast op €1.260,00.