ECLI:NL:RVS:2021:1015
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over herziening oplegging educatieve maatregel en ongeldigverklaring rijbewijs
Verzoeker werd door het CBR een Educatieve Maatregel Gedrag en verkeer (EMG) opgelegd en zijn rijbewijs ongeldig verklaard vanwege vermoedens van ongeschiktheid tot rijden, gebaseerd op gedragingen zoals rijden over een tramhalte, het afsnijden van een tram en het negeren van een rood verkeerslicht. Verzoeker werd in een strafrechtelijke procedure vrijgesproken van het negeren van het rode licht.
De rechtbank Amsterdam oordeelde dat het CBR het besluit tot oplegging van de EMG en ongeldigverklaring van het rijbewijs niet mocht baseren op het negeren van het rode licht, gelet op de strafrechtelijke vrijspraak, en verklaarde het besluit van het CBR evident onredelijk. Het CBR stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het CBR niet mocht afwijken van het strafrechtelijke oordeel over het rode licht. Echter, het CBR mocht de overige gedragingen, zoals het rijden over de tramhalte en het afsnijden van de tram, wel als grondslag voor de maatregel aanhouden. De Afdeling vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van verzoeker ongegrond.
Het besluit van het CBR van 16 juli 2020, genomen na de uitspraak van de rechtbank, werd eveneens vernietigd omdat het door de vernietiging van de uitspraak van de rechtbank zijn grondslag verloor. Het CBR hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van verzoeker wordt ongegrond verklaard en de oplegging van de educatieve maatregel en ongeldigverklaring van het rijbewijs door het CBR blijft gehandhaafd.