ECLI:NL:RVS:2021:1030
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- J.J. van Eck
- H.J.M. Baldinger
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende motivering
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 26 oktober 2017 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen dit besluit op 12 maart 2019 ongegrond. De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
In het hoger beroep klaagde de vreemdeling onder meer dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de werkinstructie 2018/10 geen beleidswijziging vormde en dat de staatssecretaris haar gestelde bekering niet aannemelijk had hoeven achten. De Afdeling stelde vast dat het hoger beroep van de echtgenoot van de vreemdeling in een gelijke zaak gegrond was verklaard vanwege onvoldoende motivering door de staatssecretaris. Gezien de samenhang tussen de asielverhalen van de vreemdeling en haar echtgenoot, slaagde het hoger beroep.
De Afdeling vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en het besluit van 26 oktober 2017. De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 2.136,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Andere griefpunten van de vreemdeling werden niet verder gemotiveerd omdat deze niet van belang waren voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Uitkomst: Het besluit van 26 oktober 2017 tot afwijzing van de asielaanvraag wordt vernietigd en het hoger beroep wordt gegrond verklaard.