ECLI:NL:RVS:2021:1044
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling tijdens hoger beroep verblijfsvergunning
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 22 maart 2021 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De rechtbank Den Haag verklaarde het daarop ingestelde beroep op 23 april 2021 ongegrond. De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter overwoog dat de vreemdeling niet uitgezet mag worden voordat op het hoger beroep is beslist, mede gelet op eerdere jurisprudentie. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 534,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
De uitspraak werd gedaan op 19 mei 2021, waarbij de voorzieningenrechter de voorlopige voorziening vaststelde en de staatssecretaris aansprakelijk stelde voor de proceskosten. De uitspraak werd in het openbaar uitgesproken en ondertekend door de griffier, aangezien de voorzieningenrechter verhinderd was te ondertekenen.
Uitkomst: De vreemdeling wordt niet uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.