ECLI:NL:RVS:2021:1047
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting en voor opvang vreemdelingen in hoger beroep
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 3 december 2020 aanvragen van vreemdelingen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen afgewezen. De vreemdelingen hebben hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die het beroep op 17 maart 2021 ongegrond verklaarde. Tegen dit vonnis is hoger beroep ingesteld bij de Raad van State.
De vreemdelingen hebben vervolgens de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen, zodat zij niet worden uitgezet voordat op het hoger beroep is beslist en zij opvang en verstrekkingen ontvangen. De voorzieningenrechter heeft dit verzoek gegrond verklaard en bepaald dat de vreemdelingen niet mogen worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt.
Daarnaast is de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €534,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter A.W.M. Bijloos op 19 mei 2021.
Uitkomst: De vreemdelingen mogen niet worden uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en krijgen recht op opvang en verstrekkingen.