ECLI:NL:RVS:2021:1079
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen inreisverbod vreemdeling
Bij besluit van 5 december 2019 wees de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het verzoek van een vreemdeling om opheffing van een inreisverbod af. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond, vernietigde het besluit en bepaalde dat de staatssecretaris een nieuw besluit moet nemen.
De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening, zodat hij in afwachting van het hoger beroep de uitspraak van de rechtbank niet hoefde uit te voeren. De vreemdeling gaf een schriftelijke reactie.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de staatssecretaris onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat uitvoering van de uitspraak van de rechtbank onherstelbare gevolgen zou hebben of een onevenredige inspanning zou vergen. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de uitvoering van de uitspraak over het inreisverbod wordt afgewezen.