ECLI:NL:RVS:2021:1141
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 23 maart 2021 de aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 30 april 2021 het beroep ongegrond verklaarde. Hiertegen stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overwoog dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en dat hem opvang en verstrekkingen moeten worden verleend. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 534,00, toe te rekenen aan beroepsmatige rechtsbijstand door een derde.
De uitspraak werd gedaan op 28 mei 2021 door voorzieningenrechter C.M. Wissels, in aanwezigheid van griffier A.M. van Meurs-Heuvel. Hiermee wordt de positie van de vreemdeling in afwachting van het hoger beroep beschermd.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.