ECLI:NL:RVS:2021:1151
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 23 maart 2020 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze afwijzing op 29 april 2021 ongegrond. De vreemdeling stelde hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen en opvang en verstrekkingen te verkrijgen.
De voorzieningenrechter overwoog dat gelet op de aangevoerde omstandigheden een voorlopige voorziening passend is, waarbij de vreemdeling niet wordt uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 534,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter H.G. Sevenster van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 31 mei 2021, waarbij de griffier N. Tibold aanwezig was.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.