ECLI:NL:RVS:2021:1154
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Schorsing maatwerkvoorschriften geurhinder meststoffeninrichting tijdens hoger beroep
Het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant stelde op 15 juni 2020 maatwerkvoorschriften vast voor een meststoffeninrichting in Helmond, vanwege geurhinder die het aanvaardbare niveau volgens artikel 2.7a van het Activiteitenbesluit milieubeheer zou overschrijden. De rechtbank verklaarde een deel van deze voorschriften nietig en stelde nieuwe voorschriften vast. Verzoekster, exploitant van de inrichting, stelde hoger beroep in en verzocht om schorsing van de maatwerkvoorschriften 1.1.1 tot en met 1.1.5 tijdens de procedure.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het college onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het aanvaardbaar geurhinderniveau op juiste wijze is vastgesteld, mede gelet op een eerdere uitspraak van de Afdeling van 24 maart 2021 waarin het oude besluit werd vernietigd vanwege gebrekkige onderbouwing. Omdat het college vasthoudt aan de oude geurnorm uit 2014, is het voorlopige oordeel dat het nieuwe besluit dezelfde gebreken vertoont.
De voorzieningenrechter achtte het daarom noodzakelijk om de maatwerkvoorschriften 1.1.1 tot en met 1.1.5 te schorsen gedurende het hoger beroep. Ook werd het verzoek van Belangenvereniging Wijkraad Brouwhuis om enkele voorschriften in stand te laten of om een tijdelijke strengere filtervervanging niet gevolgd, omdat deze maatregelen onlosmakelijk verbonden zijn met maatwerkvoorschrift 1.1.1 en de effecten en kosten onvoldoende inzichtelijk zijn.
Tot slot werd het college veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht van verzoekster. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter S.F.M. Wortmann op 2 juni 2021.
Uitkomst: De maatwerkvoorschriften 1.1.1 tot en met 1.1.5 worden geschorst tijdens het hoger beroep vanwege onvoldoende onderbouwing van het aanvaardbaar geurhinderniveau.