ECLI:NL:RVS:2021:1164
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.D.M. van Diepenbeek
- C.C.W. Lange
- J.M.L. Niederer
- Rechtspraak.nl
Vaststelling bestemmingsplan De Kortsluiting na nadere motivering uitvoerbaarheid
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 2 juni 2021 uitspraak gedaan in het geschil tussen appellanten en de raad van de gemeente Het Hogeland over het bestemmingsplan "De Kortsluiting". In een eerdere tussenuitspraak van 9 december 2020 was geoordeeld dat de raad onvoldoende had gemotiveerd dat de artikelen 4.15, eerste lid, en 4.20, derde lid, van de Omgevingsverordening Groningen de uitvoerbaarheid van het plan niet belemmerden. De raad werd opgedragen dit gebrek binnen 16 weken te herstellen.
De raad heeft vervolgens een nadere motivering gegeven, mede gesteund op een vergunning en ontheffing verleend door Gedeputeerde Staten van Groningen. Appellanten brachten hiertegen zienswijzen naar voren, onder meer over de betrokkenheid bij besluitvorming en de motivering van de ontheffing en vergunning. De Afdeling oordeelt dat deze besluiten zelf niet ter beoordeling staan in deze procedure en dat de raad zich op redelijke gronden op het standpunt kon stellen dat de genoemde artikelen niet aan de uitvoerbaarheid van het plan in de weg staan.
De Afdeling concludeert dat de raad heeft voldaan aan de opdracht uit de tussenuitspraak en laat de rechtsgevolgen van het bestemmingsplanbesluit in stand. Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven gehandhaafd. De raad wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellanten.
Uitkomst: Het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand na nadere motivering.