ECLI:NL:RVS:2021:1226
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- F.C.M.A. Michiels
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen kosten bestuursdwang voor verkeerd aanbieden afvalstoffen
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag heeft op 24 juni 2020 spoedeisende bestuursdwang toegepast door een doos naast een ondergrondse restafvalcontainer te verwijderen, omdat deze in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010 was aangeboden. Het college legde de kosten van €126,00 voor deze bestuursdwang aan appellant op, omdat zijn naam en adres op het adreslabel van de doos stonden.
Appellant betwistte niet dat de doos van hem afkomstig was, maar stelde dat hij de doos correct had aangeboden op de avond voorafgaand aan de ophaaldag voor oud papier en niet naast de container. Hij kon echter niet aannemelijk maken dat hij niet degene was die de doos verkeerd had aangeboden. De Raad van State volgt de vaste rechtspraak dat degene aan wie afval kan worden herleid als overtreder wordt aangemerkt, tenzij het tegendeel aannemelijk wordt gemaakt.
Gezien het ontbreken van bewijsstukken of andere aannemelijke verklaringen van appellant, oordeelt de Raad van State dat het college terecht appellant als overtreder heeft aangemerkt. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen de kostenoplegging voor bestuursdwang wordt ongegrond verklaard.