ECLI:NL:RVS:2021:1230
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- F.C.M.A. Michiels
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen kosten bestuursdwang bij verkeerd aanbieden afvalstoffen in Den Haag
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag heeft op 3 augustus 2020 spoedeisende bestuursdwang toegepast door een platgemaakte doos te verwijderen die naast een ondergrondse papiercontainer was aangetroffen. De doos droeg een adreslabel met de naam en het adres van appellante, waarop het college haar aansprakelijk stelde voor de kosten van €126.
Appellante betwist niet dat de doos van haar afkomstig is, maar stelt dat zij de doos correct in een andere papiercontainer heeft weggegooid en dat iemand anders de doos daaruit heeft gehaald. Zij voert aan bekend te zijn met de regels en nooit eerder een boete te hebben ontvangen, en benadrukt dat het bedrag hoog is en zij het zich niet kan veroorloven om uit luiheid verkeerd aan te bieden.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelt dat op grond van vaste rechtspraak degene aan wie afvalstoffen kunnen worden herleid als overtreder wordt beschouwd, tenzij het tegendeel aannemelijk wordt gemaakt. Appellante heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zij niet de overtreder is, mede omdat het college heeft toegelicht dat het niet mogelijk is dat iemand anders de doos uit een correct gebruikte papiercontainer haalt.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de kosten van bestuursdwang wordt ongegrond verklaard.