ECLI:NL:RVS:2021:1231
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- F.C.M.A. Michiels
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen bestuursdwangbesluit inzake verkeerd aanbieden huishoudelijk afval
Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam heeft op 28 juli 2020 spoedeisende bestuursdwang toegepast door een plastic boodschappentas met restafval te verwijderen die naast een ondergrondse restafvalcontainer aan de Dahliastraat 72 was aangetroffen. Het college stelde dat de appellant de boodschappentas verkeerd had aangeboden, omdat daarin een aan hem geadresseerde brief was gevonden.
De appellant betwistte dat de boodschappentas van hem afkomstig was en voerde aan dat de locatie hem onbekend was en hij niet wist hoe zijn poststuk daarin terecht was gekomen. Hij stelde ook dat hij zijn huisvuil niet op die plek zou aanbieden en dat hij zijn naam en adres niet zou achterlaten bij verkeerd aanbieden. Daarnaast verwees hij naar een eerdere bestuursdwangzaak waarvan hij had geleerd.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het college terecht mocht aannemen dat de appellant de overtreder was, omdat het poststuk naar hem herleidbaar was en zijn stellingen onvoldoende objectief waren om het tegendeel aannemelijk te maken. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het college hoefde geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen het bestuursdwangbesluit wordt ongegrond verklaard en de appellant blijft aansprakelijk voor de kosten.