ECLI:NL:RVS:2021:127
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- H.G. Sevenster
- D.A. Verburg
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek uitzetting te laten achterwege wegens medische zorg in Armenië
De vreemdeling uit Armenië verzocht de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om op grond van artikel 64 Vreemdelingenwet Pro 2000 te bepalen dat zijn uitzetting achterwege blijft vanwege medische noodzaak en afhankelijkheid van mantel- of vergelijkbare thuiszorg.
De staatssecretaris wees dit verzoek af, waarna de vreemdeling bezwaar maakte en vervolgens beroep instelde bij de rechtbank. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de vraag of de noodzakelijke zorg in Armenië beschikbaar is. De Raad van State oordeelde dat het Bureau Medische Advisering (BMA) voldoende heeft onderbouwd dat er in Armenië mantel- of vergelijkbare thuiszorg beschikbaar is, ondanks dat de vreemdeling stelde dat de zorginstelling Vardanants deze zorg niet verleent. De Raad verwees naar andere instellingen in Armenië die deze zorg bieden en concludeerde dat de staatssecretaris dit voldoende heeft gemotiveerd.
Omdat de vreemdeling niet inhoudelijk op deze onderbouwing heeft gereageerd, is er geen reden om het vonnis van de rechtbank te vernietigen. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.