ECLI:NL:RVS:2013:2100
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en ongegrondverklaring beroep vreemdelingen tegen afwijzing verblijfsvergunning
De vreemdelingen hadden een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, die door de staatssecretaris van Justitie op 14 april 2009 werd afgewezen. Na bezwaar verklaarde de minister voor Immigratie en Asiel deze bezwaren ongegrond bij besluiten van 4 november 2010. De rechtbank 's-Gravenhage verklaarde het beroep van de vreemdelingen op 19 april 2012 gegrond en vernietigde de besluiten, met de opdracht tot nieuwe besluitvorming.
De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat het BMA-advies en de bijbehorende brondocumenten, waaronder de vermelding van een behandelmogelijkheid in de AVAN psychiatric clinic in Armenië, onderdeel uitmaken van het besluit en dat het besluit daarmee deugdelijk gemotiveerd is.
Verder werd geoordeeld dat het BMA-advies zorgvuldig tot stand is gekomen en inzichtelijk en concludent is, ondanks dat het niet concreet inging op de veilige behandelomgeving. De aanvullende nota van het BMA voldeed aan de vereisten, mede gelet op de jurisprudentie van het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdelingen ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdelingen wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.