ECLI:NL:RVS:2021:1375
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- F.D. van Heijningen
- P.H.A. Knol
- Rechtspraak.nl
Beoordeling of parkeerplaats aan walkant openbare weg is in de zin van de Wegenwet
Het college van burgemeester en wethouders van Enkhuizen verleende een bewonersparkeervergunning aan de eigenaar van twee percelen, waarvan één perceel een parkeerplaats aan de walkant betreft. De vraag was of deze parkeerplaats als openbare weg in de zin van de Wegenwet moest worden aangemerkt, wat het vereiste van een parkeervergunning zou rechtvaardigen.
De rechtbank stelde de eigenaar in het gelijk en oordeelde dat de parkeerplaats geen openbare weg is, omdat deze geen functie vervult voor de afwikkeling van het openbaar verkeer. Het college ging hiertegen in hoger beroep, stellende dat de parkeerplaats openbaar en voor een grote, onbepaalde publieksgroep toegankelijk is en daarom wel degelijk een weg is.
De Raad van State overwoog dat het criterium voor een weg is dat deze een verkeersfunctie vervult voor een grote, onbepaalde groep en dat de parkeerplaats aan de walkant, omgeven door bomen en niet als verkeersbaan te gebruiken, deze functie niet heeft. De eerdere jurisprudentie werd bevestigd en het hoger beroep van het college werd ongegrond verklaard.
Het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De uitspraak bevestigt dat het perceel aan de walkant een parkeerplaats op eigen terrein is, waar geen parkeervergunning voor vereist is.
Uitkomst: Het hoger beroep van het college wordt ongegrond verklaard en de parkeerplaats is geen openbare weg, waardoor geen parkeervergunning vereist is.