ECLI:NL:RVS:2021:1382
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- F.C.M.A. Michiels
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen spoedeisende bestuursdwang voor verkeerd aanbieden afvalstoffen
Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam heeft op 14 september 2020 spoedeisende bestuursdwang toegepast door het verwijderen van een doos die naast een ondergrondse papiercontainer was geplaatst. Deze maatregel werd genomen omdat de doos in strijd met de Afvalstoffenverordening Rotterdam 2009 werd aangeboden. Het college bracht de kosten van deze bestuursdwang, €125,00, in rekening bij appellant, omdat in de doos een poststuk was aangetroffen dat aan hem was geadresseerd.
Appellant betwist dat de doos van hem afkomstig is en voert aan dat hij zijn oud papier en glas correct had aangeboden in de containers. Hij stelt dat het parkeerterrein privéterrein is en dat het college geen boete kan opleggen. Tevens betoogt hij dat het aantreffen van slechts één brief geen reden is voor bestuursdwang.
De Afdeling bestuursrechtspraak overweegt dat de persoon aan wie de afvalstoffen kunnen worden herleid geacht wordt de overtreder te zijn, tenzij het tegendeel aannemelijk wordt gemaakt. Het feit dat de containers op privéterrein staan doet niet af aan het handhavend optreden, aangezien deze containers zijn aangewezen als inzamelvoorziening. De kosten zijn geen boete maar vergoeding van gemaakte kosten. Appellant heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij niet de overtreder is en heeft geen verklaring gegeven voor de aanwezigheid van de brief in de doos.
Daarom is het beroep ongegrond verklaard en hoeft het college geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen de toepassing van spoedeisende bestuursdwang wordt ongegrond verklaard.