Uitspraak
Datum uitspraak: 30 juni 2021
BESTUURSRECHTSPRAAK
Raad van State
Vemedia Manufacturing B.V. diende aanvragen in voor handelsvergunningen voor melatoninehoudende slaapmiddelen met doseringen van 1 mg en 3 mg. Het college ter beoordeling van geneesmiddelen wees deze aanvragen af omdat volgens het college de verkorting van de inslaaptijd klinisch niet relevant was en de middelen niet voldeden aan de therapeutische werkingseisen conform het richtsnoer voor insomnia.
De rechtbank verklaarde het beroep van Vemedia ongegrond, maar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het college ten onrechte het richtsnoer inzake insomnia heeft toegepast terwijl de aanvraag niet gericht was op patiënten met een ziektebeeld. De therapeutische werking bestond uit een verkorting van de inslaaptijd, wat door Vemedia was aangetoond.
De Afdeling vernietigde het besluit van het college en de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep gegrond en bepaalde dat het college een nieuw besluit moet nemen. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan Vemedia.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de handelsvergunning wordt vernietigd.