Uitspraak
Datum uitspraak: 30 juni 2021
AFDELINGBESTUURSRECHTSPRAAK
voorzitter
Raad van State
Provinciale Staten van Overijssel stelden op 10 juli 2019 het inpassingsplan Landgoederen Oldenzaal vast, gericht op het behalen van instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied. Het plan omvat maatregelen zoals vernattingsmaatregelen, beperkingen op bemesting en beweiding, en het instellen van bemestingsvrije zones. Diverse agrariërs en inwoners uit De Lutte, die hierdoor gebruiksbeperkingen ondervinden, stelden beroep in tegen het besluit.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State beoordeelde of Provinciale Staten zich redelijkerwijs op het standpunt konden stellen dat het plan strekt tot een goede ruimtelijke ordening. De Raad concludeerde dat de onderbouwing van de maatregelen, gebaseerd op het beheerplan, PAS-gebiedsanalyse, inrichtingsplan en Stroomgebiedsrapportages, voldoende was. De noodzaak van de maatregelen werd bevestigd, evenals de betrokkenheid van lokale kennis en het onderzoek naar alternatieven.
Verder oordeelde de Raad dat het maken van een passende beoordeling niet verplicht was, omdat het plan noodzakelijk is voor het beheer van het Natura 2000-gebied. De bezwaren over compensatie werden afgewezen, aangezien de regeling voorziet in vergoeding achteraf en grondruil, en geen volledige duidelijkheid vooraf vereist is. Ook werd geoordeeld dat de gebruiksbeperkingen ruimtelijk relevant zijn en dat het plan uitvoerbaar is, mede door handhavingsmogelijkheden.
Individuele beroepen van appellanten werden behandeld, waarbij voor de meeste appellanten de gebruiksbeperkingen als licht werden beoordeeld en het belang van natuurherstel zwaarder woog dan individuele bedrijfsbelangen. Voor één appellant ([appellant sub 5]) oordeelde de Raad dat Provinciale Staten onvoldoende zorgvuldig hadden gehandeld door geen adequate compensatie of vervangende gronden aan te bieden, waardoor het besluit voor zijn gronden in strijd is met de zorgvuldigheidseisen van de Awb.
Uitkomst: Het inpassingsplan wordt grotendeels bevestigd, maar voor één appellant is het besluit vanwege onvoldoende compensatie onzorgvuldig genomen.