ECLI:NL:RVS:2021:1464
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Helder
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing handhavingsverzoek tegen aanbrengen verticale drains zonder watervergunning
Appellanten, bloembollenkwekers in de Koegraspolder bij Julianadorp, verzochten handhavend op te treden tegen het zonder watervergunning aanbrengen en gebruiken van 1.200 verticale drains door de gemeente Den Helder. Het college van dijkgraaf en hoogheemraden van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier wees dit verzoek af, stellende dat de drains niet onder de vergunningplicht van de Keur vallen omdat er geen sprake is van een onttrekkingsinrichting met pomp.
De rechtbank bevestigde dit standpunt en oordeelde dat het begrip 'onttrekken van grondwater' in de Waterwet en Keur vereist dat sprake is van een onttrekkingsinrichting, wat hier ontbreekt. Appellanten voerden aan dat de drains door kweldruk wel degelijk een onttrekkingsinrichting vormen, maar de Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat de drains niet als zodanig kunnen worden aangemerkt.
De Afdeling benadrukte dat het proces van drainage hier een natuurlijke opwaartse beweging van grondwater betreft zonder actieve onttrekking. Artikel 3.5 van de Keur, dat drainage reguleert, is gereserveerd en niet ingevuld met een verbod. Daarom is het college niet verplicht handhavend op te treden. Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd dat het college terecht het handhavingsverzoek heeft afgewezen.