ECLI:NL:RVS:2021:1487
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H.G. Sevenster
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 4 september 2020 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af, weigerde ambtshalve een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen en verleende voorlopig uitstel van vertrek. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep ongegrond verklaarde.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Raad van State en stelde dat de rechtbank ten onrechte niet was ingegaan op zijn beroepsgronden over het niet ambtshalve verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd en het ontbreken van een BMA-advies. De Raad van State constateerde dat de rechtbank inderdaad niet op deze gronden had beslist en dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd waarom hij geen verblijfsvergunning regulier verleende en geen BMA-advies had opgevraagd.
De Raad van State vernietigde daarom het bestreden besluit voor zover het de weigering van de verblijfsvergunning regulier betrof en bevestigde het besluit voor het overige. Tevens veroordeelde de Raad van State de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: Het besluit van 4 september 2020 wordt vernietigd voor zover het de weigering van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd betreft.