ECLI:NL:RVS:2021:1495
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling na niet-ontvankelijkverklaring verblijfsvergunning
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid verklaarde op 26 februari 2021 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen niet-ontvankelijk. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 4 juni 2021 ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht zij de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de vreemdeling niet mocht worden uitgezet zolang het hoger beroep nog niet was beslist. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, die volledig bestonden uit kosten voor door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Deze voorlopige voorziening beschermt de vreemdeling tegen uitzetting gedurende de procedure en waarborgt haar recht op opvang en verstrekkingen totdat het hoger beroep is afgerond. De uitspraak werd gedaan op 13 juli 2021 door voorzieningenrechter J.J. van Eck, waarbij griffier S. Yildiz aanwezig was.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.