ECLI:NL:RVS:2021:1498
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting in asielprocedure
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 7 mei 2021 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde beroep in tegen dit besluit bij de rechtbank Den Haag, die op 10 juni 2021 het besluit vernietigde maar de rechtsgevolgen in stand liet voor zover de asielaanvraag werd afgewezen als ongegrond. De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overwoog dat het verzoek om een voorlopige voorziening gegrond is en bepaalde dat de vreemdeling niet wordt uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, bestaande uit kosten van beroepsmatige rechtsbijstand.
De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter A.W.M. Bijloos van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 13 juli 2021. Hiermee wordt de vreemdeling tijdelijk beschermd tegen uitzetting gedurende de procedure van hoger beroep.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.