ECLI:NL:RVS:2021:1499
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens onvoldoende motivering in asielzaak
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam een asielaanvraag van de vreemdeling niet in behandeling. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen dit besluit ongegrond. De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat het hogerberoepschrift niet voldeed aan de wettelijke eisen, omdat de vreemdeling niet had toegelicht op welke punten de uitspraak van de rechtbank onjuist was en waarom. Ondanks een verzoek van de Afdeling om nadere toelichting bleef de vreemdeling steken in het herhalen van zijn stelling dat hij in Duitsland was mishandeld, zonder te motiveren waarom dit de uitspraak van de rechtbank zou weerleggen.
Daarom verklaarde de Afdeling het hoger beroep niet-ontvankelijk, waardoor zij geen inhoudelijk oordeel kon geven over de uitspraak van de rechtbank. De staatssecretaris werd niet veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling is niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende motivering.