ECLI:NL:RVS:2021:1500
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen omgevingsvergunning voor verbouwing en uitbreiding naar 10 appartementen in Utrecht
Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht verleende op 27 mei 2019 een omgevingsvergunning voor het verbouwen en gedeeltelijk uitbreiden van een pand aan de Rivierenwijk in Utrecht, met het doel 10 appartementen te realiseren. Deze vergunning week af van het bestemmingsplan. Na bezwaar en beroep bleef de vergunning in stand. Vervolgens verleende het college op 17 juni 2021 een gewijzigde omgevingsvergunning voor het bouwplan, waarbij de vergunninghouder werd gewijzigd.
Verzoeker, wonend nabij het perceel, maakte bezwaar tegen de vergunningen en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening om verdere werkzaamheden stil te leggen of te beperken ter bescherming van de aanwezige platanen, die volgens een boomtechnische beoordeling mogelijk schade zouden ondervinden. Ook bestond onenigheid over de juridische kwalificatie van de tweede vergunning en de uitleg van het bestemmingsplan.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het geschil nader onderzoek vergt, dat niet geschikt is voor een voorlopige voorziening. Gezien de onduidelijkheid over de vergunningen en het risico op onomkeerbare schade aan de bomen, wordt besloten de vergunningen te schorsen tot de uitspraak in de hoofdzaak. Tevens wordt het betaalde griffierecht aan verzoeker vergoed.
Uitkomst: De omgevingsvergunningen voor de verbouwing en uitbreiding naar 10 appartementen worden geschorst in afwachting van de uitspraak in de hoofdzaak.