ECLI:NL:RVS:2021:1510
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- J.J. van Eck
- G.T.J.M. Jurgens
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak en bevestiging bestuurlijke boete wegens overtreding Wet minimumloon
De staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid legde aan appellante een bestuurlijke boete van € 8.500 op wegens het niet-giraal betalen van het minimumloon aan tien werknemers in de periode van 1 maart tot 30 september 2017, in strijd met artikel 7a van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (Wml).
Appellante voerde aan dat zij voldoende inzicht had gegeven in haar financiële situatie en dat de boete haar onevenredig zou treffen, maar de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en liet een brief van appellante buiten beschouwing. De Raad van State stelde vast dat de rechtbank de procedure niet rechtsgeldig had afgerond omdat partijen niet waren gewezen op hun recht op een nadere zitting.
De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank, behandelde het beroep zelf inhoudelijk en concludeerde dat appellante onvoldoende inzicht had gegeven in haar financiële situatie om matiging van de boete te rechtvaardigen. Het beroep werd ongegrond verklaard en het griffierecht voor het hoger beroep werd aan appellante terugbetaald.
Uitkomst: Het beroep tegen de bestuurlijke boete wordt ongegrond verklaard en de boete blijft onverminderd van kracht.