ECLI:NL:RVS:2021:1519
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Besluit Participatiefonds over uitkeringskosten na beëindiging dienstverband niet ten laste van fonds
Stichting Baasis maakte bezwaar tegen het besluit van het Participatiefonds van 12 juni 2017, waarin werd bepaald dat de uitkeringskosten voortvloeiend uit het beëindigde dienstverband van een voormalig werknemer niet ten laste van het fonds komen. Het bezwaar werd door het Participatiefonds bij besluit van 16 april 2020 niet-ontvankelijk verklaard vanwege het niet tijdig indienen van het bezwaar.
Stichting Baasis voerde aan dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was vanwege langdurige ziekte van de medewerker die verantwoordelijk was voor het bezwaar en dat het Participatiefonds onterecht geen toepassing gaf aan de hardheidsclausule in het Reglement Participatiefonds. Tevens stelde zij dat het fonds te laat rappelbrieven had gestuurd en onjuiste informatie aan DUO had doorgegeven, wat tot financiële problemen had geleid.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was omdat Stichting Baasis verantwoordelijk is voor het tijdig instellen van bezwaar, ook bij ziekte van een medewerker. Daarnaast was het Participatiefonds niet onredelijk in haar oordeel dat Stichting Baasis financieel in staat was de uitkeringskosten te voldoen en dat toepassing van de hardheidsclausule niet aan de orde was. Ook de overige argumenten van Stichting Baasis boden geen aanleiding tot een ander oordeel.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het Participatiefonds hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van Stichting Baasis is ongegrond verklaard en het Participatiefonds hoeft de uitkeringskosten niet te vergoeden.