ECLI:NL:RVS:2021:1524
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring bezwaar uitkeringskosten Participatiefonds
Stichting Baasis maakte bezwaar tegen het besluit van het Participatiefonds van 15 november 2017, waarin werd bepaald dat de uitkeringskosten voortvloeiend uit het beëindigde dienstverband van een voormalig werknemer niet ten laste van het fonds komen. Dit bezwaar werd door het Participatiefonds bij besluit van 16 april 2020 niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-tijdige indiening.
Stichting Baasis voerde aan dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was vanwege langdurige ziekte van een financieel administratief medewerker die verantwoordelijk was voor het indienen van het bezwaar. Tevens stelde zij dat het Participatiefonds onterecht geen toepassing gaf aan de hardheidsclausule uit het Reglement Participatiefonds.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het niet tijdig indienen van het bezwaar niet verschoonbaar was, omdat het tot de verantwoordelijkheid van Stichting Baasis behoort om zorg te dragen voor tijdige indiening, ook bij ziekte van een medewerker. Verder vond de Afdeling dat het Participatiefonds terecht geen toepassing gaf aan de hardheidsclausule, gelet op de financiële situatie van Stichting Baasis en de omstandigheden van de zaak.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en Stichting Baasis kreeg geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het beroep van Stichting Baasis tegen de niet-ontvankelijkverklaring van haar bezwaar is ongegrond verklaard.