ECLI:NL:RVS:2021:1526
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring bezwaar vergoeding uitkeringskosten Participatiefonds
Stichting Baasis verzocht het Participatiefonds om vergoeding van uitkeringskosten voortvloeiend uit het beëindigde dienstverband van een voormalig werknemer. Het Participatiefonds wees dit verzoek bij besluit van 6 februari 2017 af. Stichting Baasis diende haar bezwaar tegen dit besluit niet binnen de wettelijke termijn in, waarna het Participatiefonds het bezwaar bij besluit van 16 april 2020 niet-ontvankelijk verklaarde.
Stichting Baasis stelde dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was vanwege langdurige ziekte van een verantwoordelijke medewerker en dat het Participatiefonds onterecht geen toepassing gaf aan de hardheidsclausule uit het Reglement Participatiefonds. De Raad van State oordeelde dat het niet tijdig indienen van het bezwaar niet verschoonbaar was omdat het de verantwoordelijkheid van Stichting Baasis is om ook bij ziekte van medewerkers tijdig bezwaar te maken.
Verder concludeerde de Raad dat het Participatiefonds terecht geen toepassing gaf aan de hardheidsclausule, gelet op de financiële situatie van Stichting Baasis en het feit dat het fonds de uitkeringskosten in sommige gevallen alsnog voor zijn rekening heeft genomen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van Stichting Baasis wordt ongegrond verklaard wegens niet-tijdige indiening van het bezwaar en het Participatiefonds hoeft de uitkeringskosten niet te vergoeden.