ECLI:NL:RVS:2021:1542
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- J.Th. Drop
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bestuurlijke boete voor onrechtmatig voeren beschermde titel arts
De minister van Volksgezondheid legde appellant een bestuurlijke boete op omdat hij in de periode september 2016 tot en met juli 2017 de titel arts en gelijkende benamingen voerde zonder inschrijving in het BIG-register, wat verboden is volgens artikel 4, tweede lid, van de Wet BIG. De overtreding werd vastgesteld door een inspecteur en onderbouwd met bewijs zoals een Kamer van Koophandel-uittreksel, online vermeldingen en verspreide flyers.
Appellant voerde aan dat hij als natuurarts een uitzondering verdient en dat hij een vergunning uit 1991 heeft voor paramedische natuurlijke geneeswijze. Ook stelde hij dat de minister onzorgvuldig en vooringenomen handelde en dat zijn rechten volgens het EVRM werden geschonden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt deze uitspraak. Zij oordeelt dat appellant terecht is beboet omdat hij niet als arts staat ingeschreven en het voeren van de beschermde titel verboden is. De stelling van appellant dat hij als natuurarts een uitzondering verdient, kan in deze procedure niet worden beoordeeld. De Afdeling verwerpt verder de bezwaren over procesrechtelijke tekortkomingen, verjaring, en schending van hogere regelgeving.
Het boetebeleid van de minister wordt als rechtmatig en proportioneel beoordeeld. De Afdeling concludeert dat appellant geen recht heeft op schadevergoeding en bevestigt het boetebesluit en de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boete van €3.350,- voor het onrechtmatig voeren van de titel arts en wijst het verzoek om schadevergoeding af.