ECLI:NL:RVS:2025:216
Raad van State
- Hoger beroep
- E.J. Daalder
- B.P. Vermeulen
- C.H. Bangma
- Rechtspraak.nl
Afwijzing inschrijving als arts en natuurarts in het BIG-register wegens ontbreken diploma en wettelijke grondslag
Appellant verzocht om inschrijving in het BIG-register als arts en natuurarts, maar de minister wees dit af omdat appellant niet beschikte over een diploma dat toegang geeft tot het beroep van arts volgens de Wet BIG. Appellant betoogde dat een nieuwe categorie 'natuurlijke geneeskunst' in het BIG-register moest worden opgenomen, maar de minister en rechtbank stelden dat deze beroepscategorie niet in de Wet BIG is opgenomen en dat regulering alleen plaatsvindt indien noodzakelijk voor patiëntbescherming.
De rechtbank oordeelde dat appellant niet voldeed aan de opleidingseisen voor inschrijving als arts en dat de titel 'natuurarts' niet voorkomt in de Wet BIG. Ook werd het vertrouwensbeginsel verworpen omdat geen toezeggingen waren gedaan. Het evenredigheidsbeginsel werd toegepast waarbij het belang van patiëntveiligheid zwaarder woog dan de economische belangen van appellant. Appellant mocht zijn beroep als natuurlijk genezer blijven uitoefenen zonder BIG-registratie.
In hoger beroep bevestigde de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State de uitspraak van de rechtbank. De Afdeling overwoog dat de verblijfsvergunning uit 1991 geen bevoegdheid gaf om de titel arts te voeren en dat appellant niet voldeed aan de vereisten voor inschrijving als arts. De Afdeling verwierp de overige gronden van appellant en wees het verzoek om schadevergoeding af. De minister hoefde geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de inschrijving in het BIG-register bevestigd.