ECLI:NL:RVS:2021:1555
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake niet-ontvankelijkheid beroep huur- en zorgtoeslag
De zaak betreft het hoger beroep van appellant tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag over terugvordering van huur- en zorgtoeslag. De Belastingdienst/Toeslagen had het voorschot huurtoeslag over 2018 herzien en te veel betaalde bedragen teruggevorderd vanwege een hoger inkomen dan aanvankelijk aangenomen.
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van 7 juni 2019, maar dit bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond en het beroep tegen het besluit van 15 november 2019 niet-ontvankelijk omdat de bezwaarfase niet was doorlopen.
In hoger beroep oordeelt de Afdeling dat de rechtbank onterecht het beroep niet-ontvankelijk heeft verklaard. De rechtbank was namelijk onbevoegd omdat de bezwaarfase nog niet was afgerond. De Afdeling vernietigt dit deel van de uitspraak en verklaart de rechtbank onbevoegd kennis te nemen van het beroep tegen het besluit van 15 november 2019. Verder bevestigt de Afdeling de rest van de uitspraak en bepaalt dat appellant het betaalde griffierecht wordt terugbetaald.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard en het deel van de uitspraak dat het beroep niet-ontvankelijk verklaarde is vernietigd.