ECLI:NL:RVS:2021:1560
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting en toekenning opvang aan vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 20 april 2021 de aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 28 juni 2021 ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht tegelijkertijd om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat de vreemdeling niet uitgezet mag worden zolang het hoger beroep loopt en dat hij recht heeft op opvang en verstrekkingen. De staatssecretaris werd tevens veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, die geheel toerekenbaar zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
De uitspraak werd gedaan op 15 juli 2021 door voorzieningenrechter A.J.C. de Moor-van Vugt, waarbij de griffier D.I. van Kesteren aanwezig was. De voorzieningenrechter was verhinderd de uitspraak te ondertekenen.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en krijgt opvang; staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.