ECLI:NL:RVS:2021:1561
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A. Verburg
- H.G. Sevenster
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vaststelling rechtmatigheid vrijheidsontnemende maatregel vreemdeling door staatssecretaris
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid legde op 8 april 2021 een vrijheidsontnemende maatregel op aan een vreemdeling. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze maatregel gegrond, hief de maatregel op en kende schadevergoeding toe.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd dat er een risico bestond dat de vreemdeling zich aan toezicht zou onttrekken. Tevens stelde de Afdeling dat de rechtbank onterecht had aangenomen dat alleen zware gronden aan de maatregel ten grondslag konden liggen, terwijl ook lichte gronden relevant zijn.
De Afdeling vernietigde het vonnis van de rechtbank, verklaarde het hoger beroep gegrond maar het beroep van de vreemdeling ongegrond, en wees het verzoek om schadevergoeding af. De medische omstandigheden van de vreemdeling werden meegewogen, maar boden geen reden om een lichter middel toe te passen. De uitspraak werd op 15 juli 2021 openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De vrijheidsontnemende maatregel wordt gehandhaafd en het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard.