ECLI:NL:RVS:2021:16
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdelingen in hoger beroep
Bij besluiten van 9 juli 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aanvragen van vreemdelingen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet-ontvankelijk verklaard. De vreemdelingen stelden daartegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 2 december 2020 de beroepen ongegrond verklaarde. Hiertegen is hoger beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De vreemdelingen verzochten de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen zodat zij niet worden uitgezet voordat op het hoger beroep is beslist en dat zij opvang en verstrekkingen ontvangen. De voorzieningenrechter oordeelde dat gelet op de aangevoerde omstandigheden een voorlopige voorziening passend is, mede gelet op eerdere jurisprudentie.
De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdelingen, welke geheel toe te rekenen zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De voorzieningenrechter bepaalde dat de vreemdelingen niet mogen worden uitgezet totdat het hoger beroep is afgerond.
Uitkomst: De vreemdelingen mogen niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet hun proceskosten vergoeden.