ECLI:NL:RVS:2021:1623
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging bewaring vreemdeling wegens ontbreken advocaatbijstand en toekenning schadevergoeding
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde de vreemdeling op 10 juni 2021 in bewaring. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze maatregel ongegrond en wees tevens het verzoek om schadevergoeding af. De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De kern van het geschil betrof het ontbreken van een reële mogelijkheid voor de vreemdeling om zich te laten bijstaan door een advocaat tijdens het gehoor voorafgaand aan de inbewaringstelling. De rechtbank had geoordeeld dat de vreemdeling had ingestemd met het begin van het gehoor zonder advocaat, maar de Raad van State oordeelde dat dit onterecht was omdat het gehoor te vroeg begon terwijl de advocaat nog onderweg was.
De Raad van State vernietigde de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep gegrond en bepaalde dat de vrijheidsontnemende maatregel met ingang van de uitspraak werd opgeheven. Daarnaast werd de vreemdeling een schadevergoeding van €4.200 toegekend voor de periode van 10 juni tot en met 21 juli 2021, en werden de proceskosten van €2.244 vergoed aan de vreemdeling.
Uitkomst: De bewaring van de vreemdeling wordt opgeheven en een schadevergoeding van €4.200 wordt toegekend.