ECLI:NL:RVS:2021:1571
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- D.A. Verburg
- B. Meijer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging inbewaringstelling wegens schending recht op rechtsbijstand bij vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde de vreemdeling op 16 april 2021 in bewaring. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze maatregel ongegrond, maar de vreemdeling ging in hoger beroep bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de staatssecretaris niet voldeed aan de vereisten van paragraaf A5/6.5 van de Vc 2000, omdat de ambtenaar slechts eenmaal contact opnam met het kantoor van de advocaat en niet de vereiste wachttijd van twee uur in acht nam om de advocaat in de gelegenheid te stellen het gehoor bij te wonen. Hierdoor werd het recht van de vreemdeling op rechtsbijstand geschonden.
De Afdeling stelde vast dat deze schending een ernstig gebrek is dat de inbewaringstelling onrechtmatig maakt, omdat geen zwaarwegende belangen van de staatssecretaris dit gebrek rechtvaardigen. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd, het beroep gegrond verklaard en de vreemdeling kreeg recht op een schadevergoeding van € 2.200,00. Tevens werden proceskosten van € 2.244,00 aan de vreemdeling toegekend.
Uitkomst: De inbewaringstelling van de vreemdeling is onrechtmatig verklaard en de vreemdeling krijgt een schadevergoeding toegekend.