ECLI:NL:RVS:2021:1633

Raad van State

Datum uitspraak
23 juli 2021
Publicatiedatum
23 juli 2021
Zaaknummer
202103847/2/V3
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 64 Vw 2000Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling en toekenning opvang

De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 25 mei 2020 het verzoek van de vreemdeling om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw Pro 2000 af. De vreemdeling maakte bezwaar tegen dit besluit, dat op 6 november 2020 ongegrond werd verklaard. Vervolgens verklaarde de rechtbank Den Haag het beroep van de vreemdeling tegen deze besluiten op 20 mei 2021 ongegrond.

De vreemdeling stelde hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State om een voorlopige voorziening te treffen. Deze voorziening moest voorkomen dat hij uitgezet zou worden voordat het hoger beroep was beslist en tevens opvang en verstrekkingen te ontvangen.

De voorzieningenrechter oordeelde dat de voorlopige voorziening passend was en bepaalde dat de vreemdeling niet mocht worden uitgezet totdat het hoger beroep was afgerond. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, die geheel bestonden uit kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet de proceskosten vergoeden.

Uitspraak

202103847/2/V3.
Datum uitspraak: 23 juli 2021
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
verzoeker,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Zwolle, van 20 mei 2021 in zaak nr. 20/8542 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 25 mei 2020 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem krachtens artikel 64 van Pro de Vw 2000 uitstel van vertrek te verlenen, afgewezen.
Bij besluit van 6 november 2020 heeft de staatssecretaris het daartegen door de vreemdeling gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 20 mei 2021 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
1.       De vreemdeling heeft de voorzieningenrechter verzocht de voorlopige voorziening te treffen dat hij niet wordt uitgezet voordat op het hoger beroep is beslist en dat hij opvang en verstrekkingen krijgt.
2.       Gelet op wat is aangevoerd, treft de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening (uitspraak van de Afdeling van 20 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:457).
3.       De staatssecretaris moet de proceskosten vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I.        bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat de vreemdeling niet wordt uitgezet, totdat op het door hem ingestelde hoger beroep is beslist;
II.       veroordeelt de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid tot vergoeding van bij de vreemdeling in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 748,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Aldus vastgesteld door mr. A.W.M. Bijloos, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. D.I. Schipper, griffier.
w.g. Bijloos
voorzieningenrechter
w.g. Schipper
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 23 juli 2021
872