ECLI:NL:RVS:2021:1633
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling en toekenning opvang
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 25 mei 2020 het verzoek van de vreemdeling om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw Pro 2000 af. De vreemdeling maakte bezwaar tegen dit besluit, dat op 6 november 2020 ongegrond werd verklaard. Vervolgens verklaarde de rechtbank Den Haag het beroep van de vreemdeling tegen deze besluiten op 20 mei 2021 ongegrond.
De vreemdeling stelde hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State om een voorlopige voorziening te treffen. Deze voorziening moest voorkomen dat hij uitgezet zou worden voordat het hoger beroep was beslist en tevens opvang en verstrekkingen te ontvangen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de voorlopige voorziening passend was en bepaalde dat de vreemdeling niet mocht worden uitgezet totdat het hoger beroep was afgerond. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, die geheel bestonden uit kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet de proceskosten vergoeden.