ECLI:NL:RVS:2021:1634
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- J.Th. Drop
- D.A. Verburg
- Rechtspraak.nl
Vernietiging bewaring vreemdeling wegens onrechtmatig voorafgaand horen
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde de vreemdeling op 29 maart 2021 in bewaring zonder voorafgaand gehoor, vanwege quarantaine door een coronabesmetting in de detentieafdeling. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond, maar de Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd waarom het voorafgaand horen niet mogelijk was, terwijl alternatieven zoals telefonisch horen niet waren onderzocht.
De Raad van State vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep gegrond. De maatregel van bewaring werd met ingang van 8 juli 2021 opgeheven. Daarnaast werd de vreemdeling een schadevergoeding van €10.200 toegekend over de periode van bewaring en een proceskostenvergoeding van €2.244 voor rechtsbijstand.
De uitspraak benadrukt het belang van het horen van de vreemdeling voorafgaand aan inbewaringstelling en stelt dat alleen in uitzonderlijke gevallen hiervan mag worden afgeweken, waarvoor een deugdelijke motivatie vereist is. De staatssecretaris kon dit niet aannemelijk maken, waardoor de bewaring onrechtmatig was.
Uitkomst: De maatregel van bewaring wordt opgeheven wegens onrechtmatig voorafgaand horen en de vreemdeling krijgt een schadevergoeding toegekend.