ECLI:NL:RVS:2021:1635
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- J.Th. Drop
- H.J.M. Baldinger
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing wegens onvoldoende motivering bij afwijzing verblijfsvergunning asiel na geloofsbekering
De vreemdelingen, gehuwd en Iraanse nationaliteit bezittend, hadden asiel aangevraagd op grond van hun bekering van de islam tot het christendom en de daaruit voortvloeiende vrees voor vervolging bij terugkeer naar Iran. De staatssecretaris wees hun aanvragen op 27 juni 2019 af, waarna de rechtbank deze afwijzing in april 2020 bevestigde. De vreemdelingen stelden dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de staatssecretaris een integrale geloofwaardigheidsbeoordeling had verricht en dat het rapport van Stichting Gave en steunverklaringen onvoldoende waren meegewogen.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelt dat de staatssecretaris rapporten en verklaringen van derden gemotiveerd moet betrekken bij zijn beoordeling, zodat dit toetsbaar is voor de rechter. De rechtbank had niet onderkend dat de staatssecretaris dit had nagelaten, waardoor de besluiten onvoldoende waren gemotiveerd. De Afdeling verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de rechtbank en wijst de zaak terug voor herbeoordeling met inachtneming van haar oordeel.
De staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van € 748,00. De Afdeling acht het niet nodig om verder op de overige grieven in te gaan.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen voor herbeoordeling met inachtneming van het oordeel van de Afdeling.