ECLI:NL:RVS:2021:1646
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep asielzaak
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 19 november 2020 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De rechtbank Den Haag verklaarde het daarop ingestelde beroep op 30 juni 2021 ongegrond. De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tegelijkertijd om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overwoog dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet voordat op het hoger beroep is beslist en dat hem opvang en verstrekkingen moeten worden verleend. Gelet op de omstandigheden en eerdere jurisprudentie werd de voorlopige voorziening getroffen. Daarnaast werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, welke geheel toerekenbaar zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
De uitspraak werd gedaan op 28 juli 2021 door voorzieningenrechter G.M.H. Hoogvliet, waarbij de griffier D.I. van Kesteren aanwezig was. De voorzieningenrechter was verhinderd de uitspraak te ondertekenen.
Uitkomst: De vreemdeling wordt niet uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.