ECLI:NL:RVS:2021:1664
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- J.Th. Drop
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing voorlopige investeringsverklaring voor nieuwbouw huurwoningen
Xior Student Housing N.V. heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing door de minister van Binnenlandse Zaken van haar aanvraag voor voorlopige investeringsverklaringen voor de nieuwbouw van huurwoningen aan de Burgemeester Oudlaan in Rotterdam. De minister wees de aanvraag af omdat de bouw was aangevangen vóór 1 januari 2017, namelijk op 23 november 2016 met het slaan van de eerste paal.
De rechtbank Den Haag oordeelde dat de minister een ruime beoordelingsruimte heeft en dat het slaan van de eerste paal het aanvangsmoment van de bouw is. De rechtbank verwierp het beroep van Xior, die stelde dat de minister de wet onjuist uitlegde en dat de start van de bouw per woonlaag moet worden beoordeeld, vooral bij multifunctionele gebouwen.
De Raad van State bevestigt dit oordeel en stelt dat de Wmw geen nadere bepalingen bevat over het aanvangsmoment van de bouw. Het slaan van de eerste paal wordt in het normale taalgebruik als het begin van de bouw beschouwd. De minister heeft dit terecht als maatstaf genomen, mede gezien het stimuleringsdoel van de wet. Daarnaast is het onderscheid tussen nieuwbouw, verbouw en optopping gerechtvaardigd en is er geen sprake van willekeur of schending van het gelijkheidsbeginsel.
De Raad van State verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep van Xior wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de voorlopige investeringsverklaring bevestigd.